Kerkdienst – Preek van de Leek

Kerkdienst – Preek van de Leek
Datum
6 maart 2016
Tijd
11:00 uur

Rob v.d. Zwan

collecte: Kuychi Peru

 

Op zondag 6 maart heeft de dienst weer een bijzonder karakter. Het is een dienst met een ‘preek van de leek’. Tot ons zal spreken Rob van der Zwan uit Tilburg. Hij zal uitgaan van het leesrooster en (dus) de Bijbeltekst Hebreeën 8, 1-15. Deze zal hij verbinden met mijmeringen die hij vorig jaar aan het papier toevertrouwde naar aanleiding van de ramp met het Germanwings-Toestel (zie onder). Deze column verscheen eerder in het blad Roerom (www.deroerom. nl)

 

Over de gastpredikant

Rob van der Zwan (1959), die doorleerde voor theoloog, is als directeur werkzaam op een bijzondere plek in Tilburg, het MST. Als experiment opgezet door religieuzen groeide het MST uit tot een informeel dienstencentrum voor educatie, ondersteuning en ontmoeting waar wekelijks honderden mensen komen. Het is een gemengd en bont gezelschap van nederlanders en medelanders. Met honderd nationaliteiten over de vloer is het MST de-wereld-in-een-notendop-in-Tilburg. Uiteenlopende leefwerelden en levensstijlen vloeien er samen en je ziet er het leven op het scherpst van de snede. Er is warmte, humor, kilte en verdriet; genoeg stof dus voor wel honderd romans en tweehonderd films. Met een team van 11 medewerkers en meer dan 160 vrijwilligers is het MST welzijn nieuwe stijl in optima forma, al jarenlang.

 

God als roekeloze circusdirecteur

Door Rob van der Zwan, Tilburg

 

Wie een ontstoken oog heeft, valt op. Wie een ontstoken kies heeft, krimpt van de pijn en dat valt uiteindelijk ook op. Maar wie een ontstoken ziel heeft, kan dat verborgen houden. ‘Een ontstoken ziel’: het is natuurlijk een beeld. Het werd bij mij opgeroepen door de ramp van 26 maart 2015 toen een Airbus van German Wings te pletter sloeg op een berg in de Franse Alpen. Op het moment dat ik dit schrijf komt stukje bij beetje informatie vrij over de toedracht van het ongeluk. De 27-jarige Duitse copiloot Andreas Lubitz zou de crash van het vliegtuig opzettelijk hebben veroorzaakt. In de vlucht naar zijn zelfverkozen dood nam hij de andere inzittenden mee; in totaal lieten 150 mensen het leven. De verbijstering hierover is groot. Hoe kan het toch gebeuren dat iemand die de opleiding tot vlieger goed heeft afgerond en dus zware trainingen heeft doorstaan zich plotseling ontpopt als een ongeleid projectiel dat dood en verderf zaait?

 

De ziel
Wat ‘bezielde’ de copiloot?, kopte het Brabants Dagblad vrijdag 27 maart.  Wat de ‘ziel’ betreft, het is maar zeer de vraag of er een orgaan in ons lijf is dat de naam ‘ziel’ kan dragen. Toch grijpen we naar dit soort begrippen wanneer we iets wezenlijks over de mens willen uitdrukken. Voor mij is de ziel een vitale laag in onze geest, die op één of andere manier bestaat. Een laag van driften, drijfveren en stemmingen, van de warmte van leven en liefde, van euforie en van angsten. Een ‘ontstoken’ ziel is beschadigd, gekweld, koortsachtig en vormt niet meer het fundament waarop iemands leven kan staan en gaan.

 

Godverlatenheid
Veel psalmen van het Oude Testament beschrijven in plastische taal hoe het kan spoken in een gekwelde ziel. In de vertaling van Huub Oosterhuis en Michel van der Plas lezen we in psalm 22 hoe de ziel het kan uitschreeuwen:

 

“God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten.
Ik schreeuw uit, en Gij houdt U ver.
(…)
Hebt Gij mij niet uit de schoot getrokken
en doen rusten aan de borst van mijn moeder?
Ik werd bij mijn geboorte in uw handen gelegd,
Gij zijt mijn God van de moederschoot af.
Waarom zijt Gij dan nu ver weg?
Ik ben de wanhoop nabij, niemand helpt mij.”[1]

 

Er wordt een sfeer van godverlatenheid opgeroepen die het menselijk lijden en eenzaamheid onderstreept. Psalm 22 is verweven in de evangeliën, waarin vooral in Mattheus 27 (vs. 33-49) het lijden en leven van Jezus wordt geïdentificeerd met het in deze psalm opgeroepen beeld.

 

Roekeloze circusdirecteur
Het laatste deel van de psalm is een loflied op de Heer, de God van Israël. Daarmee wordt een spanning opgeroepen met de beschrijving van het lijden waarmee de psalm opent. Veel mensen tegenwoordig voelen een afkeer van het contrast dat zich openbaart in deze tekst. In een interview met de Ierse televisie vorige maand werd dat gevoel treffend verwoord door de Engelse acteur Stephen Fry. Op de vraag wat hij zou zeggen tegen God als hij deze zou ontmoeten, antwoordde hij: “Hoe durf jij, hoe durf jij een wereld te scheppen waar zoveel ellende is die niet onze schuld is. Het is niet juist. Het is uitermate, uitermate slecht. Waarom zou ik een grillige, kwaadaardige, stomme God respecteren die een wereld schept die vol is met onrechtvaardigheid en pijn?”

 

Heeft Stephen Fry gelijk? Hoe zou ik dat kunnen uitmaken? Ik kan alleen zeggen dat ik de traditie anders ervaar en daarmee een psalm 22 anders lees. Het lijkt erop dat aan God zoveel menselijke trekken wordt toegeschreven dat God daarmee ook ten onder gaat. God wordt als de roekeloze circusdirecteur die een spectaculair circusnummer laat mislopen doordat alle roofdieren het publiek inspringen om het te verslinden.

 

Menselijk lot
Wanneer je in de psalm het woord God zou vervangen door ‘Het Leven’ of  ‘De mysterie van het Leven’ krijgt de psalm een andere klankkleur. Die vervangingsoefening lukt natuurlijk maar gedeeltelijk. Wat er wel gebeurt is dat het beeld van God als mislukte circusdirecteur wordt gedempt. Er ontstaat ruimte om de psalm te lezen als een loflied op leven ondanks dat leven zelf: dat het met alle butsen en buitelingen doorgaat en doorgegeven wordt, van generatie op generatie tot in onze dagen door.

 

Psalm 22 zal wellicht aangehaald worden tijdens één van de ongetwijfeld vele momenten waarbij de slachtoffers van de vliegtuigramp worden herdacht. De eeuwen die ons van de makers van de psalm scheiden, doen er dan niet echt toe. Wat mensen van nu delen met mensen uit de oudheid zijn de diepe en soms verzengende emoties over onze ‘condition humaine’, ons menselijk lot. Wonderlijk is dat.

 

[1] Psalm 22. In: Huub Oosterhuis/ Michel van der Plas. Vijftig psalmen, Ten Have, Baarn, 2001, 13.

 

 

Agenda